Een streep aftekenen, natrekken, controleren en dan pas zagen: bij één werkstuk valt dat mee, bij honderd stuks loopt het op. Hetzelfde geldt voor schappen die even hoog moeten hangen en voor een looproute die elke maand wordt bijgeplakt.
Een vaste lasermodule op 230 V lost dat op met een lijn die er altijd is: één keer monteren, scherpstellen en aan laten staan. Voor werk dat verplaatst, zoals tegels zetten of een kast ophangen, is een kruislaser op batterijen handiger.
Hieronder staat wat een lijnlaser optisch doet, hoe lang de lijn op afstand wordt, wanneer rood of groen beter werkt en welke uitvoering bij welk werk past.
In het kort
Een vaste lasermodule verdient zich terug op elke handeling die je vaker op dezelfde plek doet. De lijn vervangt het aftekenen: je legt het werkstuk ertegen en zaagt, snijdt, lijmt of plaatst meteen.
In de industrie is dat de normale werkwijze. Het productportfolio van een fabrikant van industriële lijnlasers beschrijft ze als hulpmiddel om werklijnen en randen te tonen waar materiaal gesneden, gevouwen, gelijmd of gelast wordt, met een levensduur van 10.000 bedrijfsuren.
Dat continue karakter is het verschil met een accu-apparaat. Een module op netvoeding staat aan zodra de werkplaats aan staat, dus niemand hoeft hem op te laden of terug te zetten. Hoe de uitvoeringen heten, staat in de uitleg over de werking van een lijnlaser.
Een lijnlaser is een puntlaser met een lens ervoor die de bundel in één richting uitwaaiert. Welke lens erin zit, bepaalt of de lijn egaal is of fel in het midden.
Een gewone cilinderlens spreidt de bundel tot een lijn, maar houdt het gaussische profiel intact: het midden wordt veel helderder dan de uiteinden. Een Powell-lens, een asferische cilinderlens, verschuift licht naar de randen en houdt de intensiteit over de hele lengte vrijwel gelijk, volgens de fabrikantdocumentatie over Powell-lenzen.
Op korte afstand merk je daar weinig van. Wordt de lijn een meter of langer en moeten de uiteinden net zo goed leesbaar zijn als het midden, dan telt dat vlakke profiel wel.
De waaierhoek is de hoek waarover de lens de bundel uitspreidt, en dat is een meetgrootheid, geen zichtbare grens. Dezelfde fabrikantdocumentatie meet die hoek tussen de punten waar de intensiteit tot 80% van het maximum is gedaald. De lijn loopt dus nog iets door voorbij de opgegeven hoek, alleen zwakker.
De lijnlengte reken je uit met één formule: x = 2 · L · tan(θ/2), waarbij L de werkafstand is en θ de waaierhoek. Die relatie staat in een applicatienotitie van een optiekleverancier over cilinderlenzen. Omgekeerd haal je uit een gewenste lijnlengte de hoek: θ = 2 · arctan(x / 2L).
| Werkafstand | Lijnlengte bij 60° | Lijnlengte bij 90° |
|---|---|---|
| 1 m | 1,15 m | 2,00 m |
| 2 m | 2,31 m | 4,00 m |
| 3 m | 3,46 m | 6,00 m |
| 4 m | 4,62 m | 8,00 m |
| 5 m | 5,77 m | 10,00 m |
Als vuistregel: bij 60° is de lijn ongeveer even lang als de werkafstand, bij 90° exact twee keer zo lang.
Met de afstand groeit niet alleen de lengte, ook de lijndikte: een lijn die vlakbij haarfijn is, wordt op vijf meter zichtbaar breder. Hang de module voor fijn werk dus dicht bij het werkvlak en kies daar de passende hoek bij.
Groen wint bij gelijk vermogen, en het verschil is groot. De fotopische ooggevoeligheidscurve V(λ) van de CIE, weergegeven door HyperPhysics van Georgia State University, piekt op 555 nm en geeft 0,862 bij 530 nm tegenover 0,107 bij 650 nm. Een groene lijn van 532 nm oogt daardoor ongeveer acht keer zo helder als rood van 650 nm; tegenover industrieel rood van 635 nm blijft een factor vier over.
De ondergrond bepaalt de rest van de keuze. Fabrikanten van positioneringslasers adviseren groen op donker rubber, natte steen en gedessineerd textiel, en rood op lichte oppervlakken. De factor geldt trouwens voor je oog en niet voor een camera. Meer afwegingen staan in het informatiecentrum over de kleur van een laser.
Vaste module voor continu bedrijf op netvoeding, leverbaar als punt, kruis of lijn en in rood of groen. De uitvoering van 1 mW meet 12 x 55 mm.
vanaf € 39,99
Een vaste lijn doet overal hetzelfde werk: hij vervangt aftekenen en plakband door een markering die er altijd is.
Vier situaties komen het vaakst voor bij terugkerend werk.
Zaaglijn. Een lijn dwars over de zaagtafel laat zien waar het blad het materiaal raakt: je schuift de plaat tegen de lijn en zaagt door. Volgens de sectordocumentatie van een fabrikant van industriële lijnlasers gaat het in zagerijen net zo bij cirkelzagen, lintzagen en kantrechters.
Gereedschap uitlijnen. Bij boren, frezen en verstekzagen geeft een punt of kruis aan waar het gereedschap terechtkomt. Dat werkt ook op stofsnijtafels, bij deuvelboren en bij steenbewerking. Volgens een vakblad voor boogjagers lijnen boogschutters hun boog uit met een verticaal lichtvlak langs pees en vizier, zodat pees, pijl en vizier op één lijn staan.
Riem en poelie. Een laserlijn over twee poelies laat in één oogopslag zien of ze uit elkaar lopen, en leest volgens een kennisblog van een meetinstrumentenfabrikant makkelijker af dan een voelermaat.
Vaste posities. Staat een machine of mal telkens op dezelfde plek, markeer die dan met een projectielijn in plaats van met tape. Welk vermogen daarbij past, staat in het informatiecentrum over het vermogen van een laser.
Buiten de werkplaats telt vooral herhaalbaarheid: dezelfde lijn, elke dag, zonder bijwerken. Een geprojecteerde lijn slijt niet, laat niet los en heeft geen last van vocht of stof, in tegenstelling tot tape en verf.
Een horizontale lijn over een stellingwand geeft de hoogte aan voor legborden, prijskaarten en letters. Bij het omzetten van de presentatie hangt alles op dezelfde lijn terug.
In magazijnen markeren geprojecteerde lijnen looppaden, rijbanen voor intern transport en laad- en loszones. Verandert de indeling, dan verschuif je de module in plaats van de vloer.
Een kruis of rechthoek geeft aan waar een pallet, rolcontainer of displaytafel hoort te staan. Dat blijft zichtbaar als de vloer vol staat.
Op een podium gaat het niet om de lijn op de vloer maar om de bundel in de lucht, en daarvoor zijn deeltjes nodig. De International Laser Display Association legt uit dat licht ergens op moet weerkaatsen om zichtbaar te zijn: binnen is de lucht schoon, dus zonder haze of rook zie je de straal niet. Haze geeft een fijne nevel en egale bundels, rook is dikker en wervelt.
Met vaste modules bouw je daarmee decor: groene lijnen boven een bar of een kruis achter een spreker. Op netvoeding staat zo'n opstelling de hele avond aan.
Interactief kan ook. The Brown Museum of Art, Science & History in Daytona Beach heeft een laserharp staan: zestien lasers op een computer, en onderbreekt een bezoeker een bundel, dan klinkt er een toon. Dezelfde opzet werkt op een beurs.
De optiek voorop de module bepaalt het patroon, en daarmee het werk waarvoor hij past. Alle drie zijn in rood en groen leverbaar.
| Uitvoering | Wat je ziet | Typisch werk |
|---|---|---|
| Punt | Eén stip, kleinste beeld en hoogste helderheid per oppervlak | Boorplek, middelpunt, referentiepunt op afstand |
| Lijn | Eén rechte lijn, lengte volgens de waaierhoek | Zaaglijn, snijlijn, hoogte van schappen, vloerbelijning |
| Kruis | Twee lijnen loodrecht op elkaar | Positioneren in twee richtingen, tegels, hoeken uitzetten |
Twijfel je tussen kruis en lijn, kijk dan of je in één of in twee richtingen uitlijnt. Voor één richting voldoet de groene lijnlaser.
Een vaste module richt je één keer uit, dus neem daar de tijd voor: de plaats en de scherpstelling bepalen hoe bruikbaar de lijn daarna elke dag is.
Werk dat elke dag op een andere plek gebeurt, vraagt om een los apparaat. Een kruislaser op batterijen zet je op een statief, je richt het kruis op de wand en je hebt meteen een horizontale en een verticale referentie.
Typisch werk: tegels zetten, keukenkastjes op één hoogte hangen, lambrisering aanbrengen en boorgaten uitzetten. Het kruis is daarbij prettiger dan een enkele lijn, omdat je in twee richtingen tegelijk controleert. De groene kruislaser leest op donkere en natte tegels het best af, de rode uitvoering voldoet op lichte wanden.
Blijft de opstelling staan, bijvoorbeeld bij een vaste montagetafel, dan is een 230V-module van 1 mW praktischer: nooit opladen, altijd dezelfde richting.

Gebruik een kruislijnlaser als je in twee richtingen tegelijk uitlijnt, horizontaal en verticaal. Tegels, lambrisering, keukenkastjes en rijen boorgaten zijn de bekendste voorbeelden. Lijn je in één richting uit, zoals bij een zaaglijn, dan is een enkele lijnlaser overzichtelijker en feller, omdat al het licht in die ene lijn zit.
Voor 1 meter lijn op 1 meter afstand heb je een waaierhoek van 53° nodig; een gangbare module van 60° komt op 1,15 m en voldoet dus ruim. Kies bij daglicht groen boven rood: dat scheelt volgens de CIE-curve een factor acht tegenover rood van 650 nm. Welk vermogen daarbij past, hangt af van hoe fel de ruimte verlicht is; de modules van 50 en 200 mW leveren we alleen aan bedrijven.
Dat verschilt per apparaat en per gebruik, en het is de reden dat vaste opstellingen op netvoeding draaien. Een 230V-module kent geen looptijd: hij staat aan zolang de groep aan staat. Verplaats je het apparaat elke dag, dan weegt het gemak van batterijen zwaarder.
Het verschil zit in de golflengte en in hoe gevoelig je oog daarvoor is. Rood ligt rond 635 tot 660 nm, groen rond 520 tot 532 nm, vlak bij de piek van de ooggevoeligheid op 555 nm. Groen oogt daardoor tot acht keer zo helder. Rood voldoet op lichte, egale ondergronden.
Dat hangt af van de waaierhoek en niet van een vast bereik. Met x = 2 · L · tan(θ/2) reken je het na: een module van 60° geeft op 3 meter een lijn van 3,46 meter, bij 90° is dat 6,00 meter. Verder weg wordt de lijn langer, maar ook breder, dus kies de afstand op het werk dat je doet.
De keuze valt uiteen in drie vragen. Hoe lang moet de lijn zijn op je werkafstand, want dat bepaalt de waaierhoek. Hoe licht of donker is de ondergrond, want dat bepaalt rood of groen. En blijft de opstelling staan, want dat bepaalt vaste voeding of batterijen.
Staat de opstelling vast, dan is een module op netstroom meestal de rustigste oplossing: hang hem één keer goed en laat hem daarna met rust. Wil je de uitvoeringen naast elkaar zien, bekijk dan het overzicht van de 230V-lasermodules met de beschikbare patronen en vermogens.
Tim Buikema is eigenaar van Laserpennen.com (Unique Articles, Hoogezand) en levert sinds 2009 laserpennen en lasermodules aan bedrijven en particulieren in Nederland en België.